Stel voldoende middelen ter beschikking voor jouw activiteit

Over dit onderwerp werd er recent heel veel geschreven in de vakliteratuur, omdat de onlangs in werking getreden nieuwe vennootschapswet komaf heeft gemaakt met de vereiste van een minimumkapitaal om een bv op te richten. In de plaats hiervan moet de bv vanaf nu over ‘voldoende aanvangsvermogen’ beschikken en werden er strengere eisen gesteld aan de opmaak van het financieel plan.





De vroegere regeling


Als je onder de vorige wet een bv (toen nog bvba) wilde oprichten, verbond je je ertoe om als oprichter zelf minimaal 18.550 euro ter beschikking stellen van jouw vennootschap. En bij de oprichting van de vennootschap moest er reeds minimaal 6.200 euro effectief gestort zijn op rekening van die op te richten vennootschap (of 12.400 euro als je alleen een bvba wilde oprichten).


Het waarom van deze regel ligt in het feit dat een dergelijke vennootschap de persoonlijke aansprakelijkheid van de ondernemer beperkt. Indien de vennootschap failliet gaat, kan de ondernemer slechts aangesproken worden voor het bedrag waartoe hij zich in de oprichtingsakte had geëngageerd (tenzij zijn oprichtersaansprakelijkheid of zijn aansprakelijkheid als zaakvoerder in het gedrang komen). Dat bedrag was dus de buffer waarop mogelijke schuldeisers zich konden beroepen in het geval er iets mis zou gaan.


Voor bepaalde activiteiten kon dit bedrag van 18.550 euro inderdaad de schuldeisers min of meer gerust stellen, maar in de meeste gevallen volstond dit minimumkapitaal niet. Veel vennootschappen werden opgericht met een hoger kapitaal, omdat hun werkingsbudget zo hoog lag, dat een bedrag van 18.550 euro bijlange na niet voldoende was om de latere schuldeisers (leveranciers, leasingmaatschappijen, bankinstellingen, etc.) te overtuigen.


Voorts legde de oude wet reeds op dat er vóór de oprichting een financieel plan werd opgemaakt, waarin uitgelegd werd hoe de nieuwe vennootschap gedurende de eerste 2 jaar haar verplichtingen zou kunnen nakomen. Echter, over de eventuele minimumvereisten waaraan dit document moest voldoen, stond er niets vermeld in de wet. Er was enkel sprake dat dit plan aan de notaris moest overhandigd worden bij het verlijden van de oprichtingsakte.


Dat financieel plan kon echter wel worden bovengehaald indien de vennootschap binnen de 3 jaar na oprichting failliet verklaard werd (wat helaas op vandaag nog steeds voor een aanzienlijk aantal bvba’s het geval is…). En in deze gevallen pluizen de curatoren deze plannen maar al te graag uit, want voor hen opent dit de deur naar het inroepen van de persoonlijke aansprakelijkheid van de oprichter.


Hetzelfde plan dat bij de oprichting van de vennootschap vaak inderhaast werd opgemaakt omdat dit toen niet belangrijk leek, blijkt een paar jaar later een cruciaal document bij de afhandeling van het faillissement van de onderneming, met alle kwalijke gevolgen vandien voor de oprichters…. De wetgever had dit ook opgemerkt en wou hieraan iets veranderen.


Het nieuwe wetboek van vennootschappen en verenigingen


In de nieuwe wet werd de vereiste van het minimumkapitaal afgeschaft voor de bv. In de plaats hiervan stelt de wet dat jouw vennootschap over voldoende aanvangsvermogen dient te beschikken.


In plaats van een bepaald minimumbedrag naar voor te schuiven – zoals in de oude wet – laten ze de invulling van het bedrag nu volledig over aan de oprichter (en zijn adviseurs). Dit is logisch te verklaren door het feit dat dit voor elke activiteit en voor elke onderneming sterk verschillend is en beïnvloed wordt door tal van factoren (grootte van de onderneming, betalingstermijnen van leveranciers én klanten, al dan niet investeringsgevoelige sector, etc.). Bovendien dient dit aanvangsvermogen niet langer enkel te bestaan uit eigen middelen, maar mag dit ook uit vreemd vermogen (leningen) bestaan.


Het grote voordeel van deze ingreep bestaat erin dat de drempel om een onderneming op te starten hierdoor veel kleiner wordt (men hoeft niet meer per se zelf 18.550 euro bijeen te sprokkelen). Maar de wetgever was er zich ook van bewust dat de deur niet zomaar mocht openstaan voor allerlei gratuite gelukzoekers, omdat leveranciers en kredietverschaffers in dat geval niet meer bereid zouden zijn om met een bv zaken te doen.


Dat verklaart waarom het financieel plan een upgrade heeft gekregen in de nieuwe wet. Voortaan moet dit plan volledig uitgewerkt zijn met een beginbalans, een balans na 12 maanden en een balans na 24 maanden. Daarenboven moet je een uitgewerkte resultatenrekening toevoegen (na 12 en 24 maand) en een volledige begroting van de verwachte inkomsten en uitgaven over de 1e 2 jaar. De wet vermeldt er ook uitdrukkelijk bij dat je moet beschrijven met welke hypotheses je hebt rekening gehouden voor de inschatting van jouw omzet en rentabiliteit. Je kan m.a.w. niet zomaar met de natte vinger wat omzetcijfers in jouw plan gaan neerpennen.


Door de regels voor de opmaak van het financieel plan te verstrengen, hoopt de wetgever de beginnende ondernemer aan te zetten om zijn idee zorgvuldiger uit te werken en op die manier beter in te schatten over hoeveel financiering hij/zij moet beschikken om zijn/haar idee om te zetten in een winstgevende activiteit.


De tijd dat een financieel plan nog in 5 minuutjes op een A4-blad werd gekrabbeld behoort nu definitief tot het verleden en dat kunnen we alleen maar toejuichen.


Jouw rol als ondernemer is cruciaal



Ondanks ons enthousiasme over deze nieuwe insteek, vinden we het toch noodzakelijk om elke beginnende ondernemer erop te wijzen dat je in dit proces wel degelijk de teugels zelf in handen moet nemen en houden. Voor de uitwerking van dit plan zal je nu ongetwijfeld beroep doen op een specialist terzake (accountant, revisor, start-up consultant, etc.), maar jij bent nog steeds degene die erover moet waken dat alle inputgegevens wel realistisch en doordacht zijn.


Als gemotiveerde oprichter-ondernemer is het jouw plicht om reeds in deze opstartfase alles uit de kast te halen door zelf zoveel mogelijk tijd en aandacht aan jouw ondernemingsplan (inclusief financieel plan) te besteden. Overloop en analyseer verschillende hypotheses en scenario’s, schat zo nauwkeurig mogelijk jouw eigen positie tegenover jouw potentiële concurrenten in, ga na welke trends er zich de komende jaren zullen manifesteren, etc.


De experten terzake kunnen er wel voor zorgen dat jouw financieel plan keurig uitgewerkt is; de kwaliteit ervan hangt echter voornamelijk af van hoezeer jijzelf alle hypotheses en veronderstellingen van waaruit dit plan vertrekt, hebt bestudeerd. Dus hoe uitgebreider jouw voorbereiding, hoe meer kans op slagen!


Het belang van het toereikend aanvangsvermogen



En voor zij die denken dat voldoende aanvangsvermogen slechts een boekhoudkundige fictie is, kan ik hier reeds een paar voorbeelden geven die aantonen dat dit een gegeven is dat in de praktijk wel degelijk grote gevolgen kan hebben …


Je bent bijvoorbeeld een stielman, die zijn activiteiten op zelfstandige basis wil beginnen. Je hebt wel een idee van wat een nieuwe bestelwagen zal kosten. De prijs voor de nodige machines kan je ook wel inschatten. Maar je hebt te weinig rekening gehouden met de prijs van de materialen en grondstoffen, die je nodig hebt om jouw opdrachten uit te voeren. Je werkt 2 weken op de ene werf, de volgende 2 weken op de andere, enzoverder. Jij stuurt telkens na beëindiging van de werken keurig jouw factuur door aan de klant. Klant 1 betaalt de factuur op 30 dagen einde maand. Dat is reeds 2 maand later dan de dag waarop jij deze goederen hebt aangekocht (en als beginnend zelfstandige waarschijnlijk ook al contant hebt moeten betalen). En in die tussentijd ben je al jouw 5e klus aan het opstarten (dus heb je reeds 5 x materialen gekocht en betaald!).


Ook voor productiebedrijven kan dit van cruciaal belang zijn. Als je de productie van scratch opstart, moet je er al rekening mee houden dat jouw productie hoogstwaarschijnlijk nog niet 100 % zal draaien vanaf dag 1. Deze opstartfase verloopt meestal met vallen en opstaan : met een hoop producten die niet voldoen, met stilstanden door technische pannes, etc. Tijdens deze periode blijven jouw kosten wel voor nagenoeg 100 % verder lopen (personeelskost, elektriciteit, etc.). Daarenboven heb je nu reeds voorraden aangekocht, die pas betaald raken nadat ze verwerkt worden in een verkoopbaar eindproduct, én nadat dit product ook effectief verkocht wordt én nadat de factuur hiervan ook effectief betaald wordt. Dus afhankelijk van jouw productieproces kan dit meerdere maanden duren.


Een laatste voorbeeld situeert zich in de IT-sector. Je bent een nieuw softwarepakket aan het ontwikkelen, dat je binnenkort in de markt wil zetten. Je hebt nog bijkomende financiering nodig om de ontwikkeling van het programma zelf verder te zetten en daarna wacht jou ook nog een periode om te overbruggen tussen de lancering van het product en de eerste verkopen. Daarnaast heb je nog de keuze tussen een verkoop van het product aan de eindklant of de verhuur van het gebruiksrecht (abonnementsformule), zoals vaak het geval is bij dergelijke producten. Maar ook deze laatste beslissing heeft een grote invloed op de berekening van jouw toereikend aanvangsvermogen.


En zo kan je voor elk bedrijf in elke sector wel wat voorbeelden aanhalen die aantonen dat een goede brainstorm over de exacte werking van jouw toekomstige business van essentieel belang is. Alleen dit zal jou duidelijk maken hoe en met welk beginkapitaal je precies aan jouw onderneming kan beginnen. 

En dat is nu precies waarbij wij jou kunnen helpen! In de eerste plaats als klankbord tijdens het uitwerken van jouw idee. En daarna als mede-dirigent voor het opstellen van jouw business- en financieel plan.
126 weergaven0 opmerkingen